Kinderarbeid of Jong in de textiel

Home / Alle Themas / Kinderarbeid of Jong in de textiel    |    Terug

Ook in Tilburg waren er kinderen die werkten in de fabriek. In de 19e eeuw was dat immers 'gewoon'. Er was geld nodig voor de dagelijkse behoeften als eten en wonen. Ouders konden extra inkomsten goed gebruiken en fabrikanten namen graag kinderen in dienst. Het waren goedkope arbeidskrachten.

Rond 1870 veranderde de maatschappij. Arbeiders werden zich meer bewust van hun sociale status. Ze wilden beter loon, betere werktijden en goede voorzieningen voor als ze bijvoorbeeld ziek werden. Ook het werken van kinderen in de fabriek werd ter discussie gesteld. In de politiek waren er voors en tegens. Er was één politicus die pleitte tegen kinderarbeid. Dat was Samuel van Houten. Kinderen hoorden niet in de fabriek, maar moesten naar school kunnen. In 1874 kwam het 'Kinderwetje van Van Houten'. Officieel mochten de kinderen niet meer in de fabriek werken.

Toch veranderde de situatie niet zo maar. Het zou nog duurde nog enkele tientallen jaren duren, voordat de arbeid van kinderen stopte. De leeftijd schoof steeds wat verder op. In de jaren 1950-1960 was het heel gewoon om als jongen of meisje van 15 jaar te gaan werken in de fabriek. Meisjes werden nopster en stopster. Jongens gingen spinnen, werken aan de weefmachines of voerden andere werkzaamheden uit in de fabriek.

In Nederland is kinderarbeid geen issue meer. In andere landen nog wel. Lees meer daarover op deze website.

 

Geschiedenislokaal013

Kinderarbeid of Jong in de textiel

Omschrijving

Ook in Tilburg waren er kinderen die werkten in de fabriek. In de 19e eeuw was dat immers 'gewoon'. Er was geld nodig voor de dagelijkse behoeften als eten en wonen. Ouders konden extra inkomsten goed gebruiken en fabrikanten namen graag kinderen in dienst. Het waren goedkope arbeidskrachten.

Rond 1870 veranderde de maatschappij. Arbeiders werden zich meer bewust van hun sociale status. Ze wilden beter loon, betere werktijden en goede voorzieningen voor als ze bijvoorbeeld ziek werden. Ook het werken van kinderen in de fabriek werd ter discussie gesteld. In de politiek waren er voors en tegens. Er was één politicus die pleitte tegen kinderarbeid. Dat was Samuel van Houten. Kinderen hoorden niet in de fabriek, maar moesten naar school kunnen. In 1874 kwam het 'Kinderwetje van Van Houten'. Officieel mochten de kinderen niet meer in de fabriek werken.

Toch veranderde de situatie niet zo maar. Het zou nog duurde nog enkele tientallen jaren duren, voordat de arbeid van kinderen stopte. De leeftijd schoof steeds wat verder op. In de jaren 1950-1960 was het heel gewoon om als jongen of meisje van 15 jaar te gaan werken in de fabriek. Meisjes werden nopster en stopster. Jongens gingen spinnen, werken aan de weefmachines of voerden andere werkzaamheden uit in de fabriek.

In Nederland is kinderarbeid geen issue meer. In andere landen nog wel. Lees meer daarover op deze website.

 

Trefwoorden

Textiel
Textielonderwijs
Kinderen | Jongeren