Werk aan huis

Home / Alle Themas / Werk aan huis    |    Terug

Het begrip 'Industriële Revolutie' is bekend. Deze omwenteling begon rond 1750 in Engeland en zou ongeveer honderd jaar later in Nederland plaatsvinden. De 'revolutie' was een snelle overgang van handarbeid naar machinaal werk en van thuis werken (huisnijverheid) naar arbeid in de fabriek. In de 18e eeuw was dat een spectaculaire verandering, vandaar de naam 'Industriële Revolutie'. In Nederland verliep het proces veel geleidelijker. We spreken hier van 'industrialisatie'. 

In Tilburg kwam in de 19e eeuw de textielindustrie op gang met fabrieken, spinmachines en stoommachines. Daarnaast werkten de Tilburgers, zoals zij al jarenlang deden, vanuit hun huis. Textielondernemers zorgden ervoor dat mensen thuis over een weefgetouw beschikten. Wie kon weven voor een fabrikant, verdiende extra inkomsten. (Het thuiswerk kennen we nu nog, zoals folders vouwen, wat je in je eigen huis doet.)

De mannen zaten achter het weefgetouw en de vrouwen aan het spinnewiel. Zij sponnen het garen waarmee de man kon weven. Wanneer er nieuwe draden op een weefgetouw moesten, kwamen buurtgenoten een handje helpen. Er was veel ruimte en vooral lengte voor nodig. Achter het huis of zelfs op straat spanden de mannen en vrouwen het kettinggaren. 

De meeste Tilburgers hadden rondom hun huis een eigen lapje grond met een moestuin voor wat groente. Sommigen hadden een koe, een geit of een varken. De koe en geit zorgden voor melk, het varken voor een lapje vlees. Families woonden bij elkaar: opa en oma, vader en moeder en de kinderen. Er waren nog geen winkels en af en toe kwam er een verkoper aan de deur. In principe zorgde iedereen voor zichzelf. Alles wat nodig was, was in en rondom het huis aanwezig. 'Zelfvoorzienend' wordt dat genoemd. 

Hoewel er in de 19e eeuw steeds meer fabrieken kwamen, bleven veel Tilburgers nog lang thuis weven. 'Wever' was een beroep om trots op te zijn en wie thuis werkte, was eigen baas. In een fabriek waren arbeiders ondergeschikt aan bazen en directeuren en moesten zij het tempo van de machines volgen. Pas in de 20e eeuw stopte de laatste Tilburgse thuiswever. 

Dr. Ton Wagemakers interviewde een aantal bewoners van wevershuizen over de inrichting van hun woning. 

Jaoneke Janssens: Document 'Tilburgse textieltekens VI'.

Annekee Kruysen: Document 'Tilburgse textieltekens V'.

In het Openluchtmuseum in Arnhem staan drie Tilburgse weverswoningen.

 

Trefwoorden

Geschiedenislokaal013

Werk aan huis

Omschrijving

Het begrip 'Industriële Revolutie' is bekend. Deze omwenteling begon rond 1750 in Engeland en zou ongeveer honderd jaar later in Nederland plaatsvinden. De 'revolutie' was een snelle overgang van handarbeid naar machinaal werk en van thuis werken (huisnijverheid) naar arbeid in de fabriek. In de 18e eeuw was dat een spectaculaire verandering, vandaar de naam 'Industriële Revolutie'. In Nederland verliep het proces veel geleidelijker. We spreken hier van 'industrialisatie'. 

In Tilburg kwam in de 19e eeuw de textielindustrie op gang met fabrieken, spinmachines en stoommachines. Daarnaast werkten de Tilburgers, zoals zij al jarenlang deden, vanuit hun huis. Textielondernemers zorgden ervoor dat mensen thuis over een weefgetouw beschikten. Wie kon weven voor een fabrikant, verdiende extra inkomsten. (Het thuiswerk kennen we nu nog, zoals folders vouwen, wat je in je eigen huis doet.)

De mannen zaten achter het weefgetouw en de vrouwen aan het spinnewiel. Zij sponnen het garen waarmee de man kon weven. Wanneer er nieuwe draden op een weefgetouw moesten, kwamen buurtgenoten een handje helpen. Er was veel ruimte en vooral lengte voor nodig. Achter het huis of zelfs op straat spanden de mannen en vrouwen het kettinggaren. 

De meeste Tilburgers hadden rondom hun huis een eigen lapje grond met een moestuin voor wat groente. Sommigen hadden een koe, een geit of een varken. De koe en geit zorgden voor melk, het varken voor een lapje vlees. Families woonden bij elkaar: opa en oma, vader en moeder en de kinderen. Er waren nog geen winkels en af en toe kwam er een verkoper aan de deur. In principe zorgde iedereen voor zichzelf. Alles wat nodig was, was in en rondom het huis aanwezig. 'Zelfvoorzienend' wordt dat genoemd. 

Hoewel er in de 19e eeuw steeds meer fabrieken kwamen, bleven veel Tilburgers nog lang thuis weven. 'Wever' was een beroep om trots op te zijn en wie thuis werkte, was eigen baas. In een fabriek waren arbeiders ondergeschikt aan bazen en directeuren en moesten zij het tempo van de machines volgen. Pas in de 20e eeuw stopte de laatste Tilburgse thuiswever. 

Dr. Ton Wagemakers interviewde een aantal bewoners van wevershuizen over de inrichting van hun woning. 

Jaoneke Janssens: Document 'Tilburgse textieltekens VI'.

Annekee Kruysen: Document 'Tilburgse textieltekens V'.

In het Openluchtmuseum in Arnhem staan drie Tilburgse weverswoningen.

 

Trefwoorden

Textiel
Wevershuizen