Wat nou als je niet elke ochtend naar school zou moeten, maar naar de fabriek om te werken? Vroeger was dat heel normaal. Kinderarbeid heet dat. In Tilburg werkten de meeste kinderen in textielfabrieken. Hun ouders werkten ook in de fabrieken, maar verdienden heel weinig. Daarom was kinderarbeid nodig om genoeg eten en kleren te kunnen kopen. Voor fabrikanten waren de kinderen goedkope arbeidskrachten. Ook was het handig dat ze kleine handen hadden, bijvoorbeeld bij machines als de selfactor (zie bron Oefenen aan de selfactor) of als nopster. Soms werkten er zelfs meer kinderen dan volwassenen in een fabriek!

Kinderen werkten soms wel tien uur per dag en het werk in de fabrieken was zwaar en ongezond. Rond 1870 vonden fabrieksarbeiders dat er iets moest veranderen: ze wilden meer loon en betere zorg van de fabrikanten. Veel fabrikanten en politici vonden dit maar onzin, maar sommige politici waren het ermee eens, bijvoorbeeld de liberaal Samuel van Houten (1837-1930). Hij vond dat kinderen naar school moesten in plaats van te werken. Hij werd door mensen in de regering tegengewerkt, maar op 19 september 1874 werd uiteindelijk het Kinderwetje van Van Houten aangenomen (zie bron Kinderwetje van Van Houten). Daarmee werd het verboden om kinderen jonger dan twaalf jaar te laten werken in fabrieken.

Het Kinderwetje van Van Houten moest kinderen beschermen, maar er veranderde eigenlijk niet zoveel. Thuiswerken (zie thema Thuis aan het werk) mocht namelijk wel en de fabrieken werden maar heel soms gecontroleerd. Voor de hardwerkende ouders was het ook lastig, want er was extra geld nodig om te overleven. In 1901 ging de Leerplichtwet in en moesten kinderen tot en met hun twaalfde naar school. Toen nam de kinderarbeid onder jonge kinderen wel af. Maar voor oudere kinderen niet: in 1909 werkten er 1513 kinderen tussen 12 en 16 jaar in de Tilburgse fabrieken; 2 jaar later waren er dat zelfs 2584. Ook in de jaren 50 en 60 was het nog heel normaal om op je 15e in de fabriek te werken. Jongens spinden bijvoorbeeld of werkten aan de weefmachines. Meisjes werkten als nopster en stopster (zie bron Nopsters en stopsters).

Vanaf 1975 werd de leerplichtleeftijd 16 jaar. Nu hebben we in Nederland geen kinderarbeid meer. Maar in bijvoorbeeld Bangladesh, India en Egypte werken net als vroeger in Tilburg nog veel kinderen in textielfabrieken. Op www.stopkinderarbeid.nl kun je daar meer over lezen.

 

Geschiedenislokaal013

Kinderarbeid

Omschrijving

Wat nou als je niet elke ochtend naar school zou moeten, maar naar de fabriek om te werken? Vroeger was dat heel normaal. Kinderarbeid heet dat. In Tilburg werkten de meeste kinderen in textielfabrieken. Hun ouders werkten ook in de fabrieken, maar verdienden heel weinig. Daarom was kinderarbeid nodig om genoeg eten en kleren te kunnen kopen. Voor fabrikanten waren de kinderen goedkope arbeidskrachten. Ook was het handig dat ze kleine handen hadden, bijvoorbeeld bij machines als de selfactor (zie bron Oefenen aan de selfactor) of als nopster. Soms werkten er zelfs meer kinderen dan volwassenen in een fabriek!

Kinderen werkten soms wel tien uur per dag en het werk in de fabrieken was zwaar en ongezond. Rond 1870 vonden fabrieksarbeiders dat er iets moest veranderen: ze wilden meer loon en betere zorg van de fabrikanten. Veel fabrikanten en politici vonden dit maar onzin, maar sommige politici waren het ermee eens, bijvoorbeeld de liberaal Samuel van Houten (1837-1930). Hij vond dat kinderen naar school moesten in plaats van te werken. Hij werd door mensen in de regering tegengewerkt, maar op 19 september 1874 werd uiteindelijk het Kinderwetje van Van Houten aangenomen (zie bron Kinderwetje van Van Houten). Daarmee werd het verboden om kinderen jonger dan twaalf jaar te laten werken in fabrieken.

Het Kinderwetje van Van Houten moest kinderen beschermen, maar er veranderde eigenlijk niet zoveel. Thuiswerken (zie thema Thuis aan het werk) mocht namelijk wel en de fabrieken werden maar heel soms gecontroleerd. Voor de hardwerkende ouders was het ook lastig, want er was extra geld nodig om te overleven. In 1901 ging de Leerplichtwet in en moesten kinderen tot en met hun twaalfde naar school. Toen nam de kinderarbeid onder jonge kinderen wel af. Maar voor oudere kinderen niet: in 1909 werkten er 1513 kinderen tussen 12 en 16 jaar in de Tilburgse fabrieken; 2 jaar later waren er dat zelfs 2584. Ook in de jaren 50 en 60 was het nog heel normaal om op je 15e in de fabriek te werken. Jongens spinden bijvoorbeeld of werkten aan de weefmachines. Meisjes werkten als nopster en stopster (zie bron Nopsters en stopsters).

Vanaf 1975 werd de leerplichtleeftijd 16 jaar. Nu hebben we in Nederland geen kinderarbeid meer. Maar in bijvoorbeeld Bangladesh, India en Egypte werken net als vroeger in Tilburg nog veel kinderen in textielfabrieken. Op www.stopkinderarbeid.nl kun je daar meer over lezen.

 

Trefwoorden

Textiel
Textielonderwijs
Kinderen | Jongeren